Publicaties
Agrico Research

De ontwikkeling van aardappelen uit zaad

In de aardappelwereld wordt veel gesproken over de ontwikkeling van aardappelen uit zaad. Ofwel het kweken van hybride aardappelrassen. Er wordt hier ook wel gesproken over TPS (true potato seed). Deze term geeft aan dat het gaat over botanisch zaad en niet over pootaardappelen. Er zijn twee verschillende varianten van TPSrassen. Namelijk HIP-hybriden en SIP-hybriden. HIP staat voor Highly Inbred Parent lines en SIP staat voor Slightly Inbred Parent lines. Ofwel: hybride aardappelen uit ouders die sterk zijn ingeteeld (HIP) dan wel enigszins zijn ingeteeld (SIP).

Inteeltprocedure in het kweekwerk
Inteelt bij planten is het eenvoudige principe dat zaden van een plant ontstaan na bevruchting van de bloem met het stuifmeel van de plant zelf. In de natuur zijn bloemen meestal bedoeld om bestuivers zoals bijen en hommels aan te trekken zodat kruisbestuiving wordt bevorderd. Dit is de voorkeurssituatie bij de meeste plantensoorten.

Als het niet anders kan, bijvoorbeeld bij afwezigheid van bestuivers, kunnen planten ook wel toe met zaden die na zelfbestuiving ontstaan. Dit leidt echter tot verlies van genetische diversiteit. De planten die uit de zaden opgroeien die na zelfbestuiving zijn ontstaan lijken meer op elkaar dan planten die zijn opgegroeid vanuit kruisbestuiving. Via een vrij eenvoudig genetisch mechanisme zorgt zelfbevruchting ervoor dat de helft van de genetische verscheidenheid verdwijnt. En dat is bij elke zaadgeneratie zo. Als planten die uit zelfbevruchting ontstonden nog eens zaden zetten na zelfbevruchting is al een kwart van de oorspronkelijk verscheidenheid verdwenen. Na nog eens twee generaties is dat gereduceerd tot 6 procent van de oorspronkelijke verscheidenheid en in de tiende generatie is er niets meer van over. Na tien keer zelfbevruchting worden dus zaden verkregen die onderling geen variatie meer vertonen. Ze lijken op elkaar zoals eeneiige tweelingen op elkaar lijken.

In de plantenveredeling wordt vanwege deze uitkomst heel intensief gebruik gemaakt van inteeltprocedures waarbij dus generatie na generatie ervoor wordt gezorgd dat planten worden bestoven met hun eigen stuifmeel.

F1-hybriden
Inteeltprocedures leiden dus tot zaden van gewassen waaruit identieke nakomelingen kunnen worden geteeld. Dit worden dan zuivere lijnen genoemd. Soms is daarmee het veredelingswerk afgerond. Bijvoorbeeld in tarwe, gerst, doperwt en sperzieboon bestaan rassen als zuivere lijnen.

In veel gewassen echter, zoals in bieten en de meeste groentes, worden twee zuivere lijnen eerst met elkaar gekruist en pas daarna als commercieel zaad aan klanten geleverd. Dit worden F1-hybrides genoemd. Zulke F1-hybrides zijn ook zuiver en hebben een betere groeikracht dan de ouders. Ze kunnen echter niet nog eens worden nageteeld via zaden, want dan ontstaat een grote verscheidenheid aan nakomelingen. De lijnen die steeds worden gebruikt om F1-hybridezaad te produceren heten dus ouderlijnen.

HIP en SIP
Bij HIP-hybriden worden de ouderlijnen meerdere generaties ingeteeld om ze helemaal zuiver te krijgen. Bij SIP-hybriden wordt zaad geproduceerd door twee licht ingeteelde ouderlijnen met elkaar te kruisen. Hierbij is er nog sprake van genetische verscheidenheid en zullen er ook planten ontstaan met verschillende eigenschappen. Bijvoorbeeld in knolvorm, afrijping of loofkleur.

Het is de vraag of deze gewasvariatie een probleem zal vormen in de commerciële markt. Van SIP-hybriden wordt beoogd dat deze in de toekomst interessant zijn in landen buiten Europa waar de opbrengsten erg laag zijn door kwalitatief slecht uitgangsmateriaal (pootgoed). Het is echter de vraag hoe realistisch / haalbaar dit in de praktijk werkelijk is. De ervaring leert namelijk dat voor alle landen geldt dat teelt- en inkomstenverbetering bij boeren – gebaseerd op innovatieve methoden - een lange adem vergt en grote investeringen vereist. Lokale vermeerdering van kwalitatief hoogstaand pootgoed levert in dergelijke landen een veel betere, snellere en betaalbare oplossing voor aanzienlijk lagere investeringen en minder risico.

SIP-hybriden zijn qua veredelingstechniek niet ingewikkeld. Het gaat er hierbij niet om het kiezen van het juiste individu, maar om het kiezen van de juiste kruising uit de licht ingeteelde ouders.